de schepen

Rond de jaren zeventig van de vorige eeuw zagen we in sneltempo vele schepen verdwijnen door allerhande slooppremies en moeilijke jaren in de schipperswereld. Enkele schepen werden gered door ze in te richten als museum. 

  • de sleepspits Mon Désir uit 1913
  • de gemotoriseerde spits Liomar uit 1959
  • het motorkastje Angèle uit 1923

In 1976 werd de vzw Museum Rijn- en Binnenvaart opgericht om het maritieme binnenvaart patrimonium in al zijn aspecten te kunnen bewaren.

Mon Désir

mon désir
 

De Mon Désir is een voorbeeld van de latere evolutie van de motorspits. Het schip werd in staal gebouwd en de staalplaten werden geklonken.

  • bouwjaar 1913
  • werf Ledeberg
  • lengte 39 m
  • breedte 5 m
  • diepgang 2,33 m
  • ton 375

Het vaartuig was bestemd voor het vervoer van droge lading in één ruim, afgedekt met ronde houten luiken en een houten buikdenning.
De achterwoning is nog in originele staat en onlangs volledig gerestaureerd.
Het houten roer met lunnet is met een helmstok onder een open afdak te bedienen.
Het gewezen laadruim is ingericht als tentoonstellingsruimte.

Daar waar de drie schepen erkend varend erfgoed zijn is dit schip “Beschermd varend erfgoed” sinds 28-05-2013.

Mon Désir is beschermd varend erfgoed sinds 28-05-2013.

Liomar

Liomar

De Liomar is een moderne motorspits, gebouwd in 1959 door MAINIL in Ledeberg. De afwerking gebeurde in Oude Briel in Buggenhout.
Eerder waren het bedrijf TAS en de familie Lemmens-Smekens de eigenaar. De Liomar werd gebruikt voor de binnenvaart op de kanalen en rivieren van België en Nederland.

De Liomar is een voorbeeld van de latere evolutie van de motorspits. Het schip heeft de stuurhut aan de den. De schipperswoning ligt achter de stuurhut en neemt het volledige achterschip in beslag. Op het voordek bevindt zich een voorroef. Het schip werd in staal gebouwd en de staalplaten werden geklonken. De lieren en ankers van het schip zijn nog aanwezig.

  • lengte 38,92 m
  • breedte 5,05 m
  • geladen diepgang 2,53 m
  • laadvermogen 375,317 ton
  • voortstuwing door middel van een Bohn 1 Kähler diesel van 125 pk.

 

Eén ruim is gescheiden door een waterschot. Het laadruim is afgedekt met ronde aluminium luiken, de buikdenning is van hout. In het laadruim staan 3 oude dieselmotoren van Belgische makelij en diverse in bruikleen gegeven scheepsmodelen.

Het ruim van het schip is als expositieruimte van het Rijn- en Binnenvaartmuseum in gebruik. Er werd om het ruim te betreden vooraan de den een toegang met statietrap gebouwd. De achterwoning en motorkamer zijn nog in originele staat. De schipperswoning is beperkt toegankelijk, de machinekamer is niet te bezoeken.

Liomar is vastgesteld varend erfgoed sinds 16-06-2017.

Angèle

Angèle

De Angèle werd in Langerbrugge gebouwd in 1923. De eerste eigenaar was A. Van Den Abbeele. Het vrachtschip van beperkte afmetingen werd gebruikt voor de vaart op kleine kanalen en havens in de Westhoek. Over de opeenvolgende eigenaars zijn weinig gegevens beschikbaar.

  • lengte 28,92 m
  • breedte 4,82 m
  • diepgang 0,4 m
  • laadvermogen 175,430 ton (nettotonnage)

Speciaal aan dit vaartuig is de voortstuwing. Hiervoor is op het achterdek een dieselmotor type M.W.M. 14/20 pk geplaatst welke via een cardankoppeling de schroefas aandrijft die bevestigt is aan het roer.

Dit scheepje was bestemd voor het vervoer van droge lading. Voorzien van een zware houten mast kon op de voordewindse koersen het zeil gehesen worden.
Het schip werd zonder motor gebouwd maar in een latere fase werd een buitenslaper toegevoegd. Dit was een gevorderde uitvoering van de zogenaamde lamme arm. Bij een lamme arm werd op het voordek een motor geïnstalleerd die, meestal aan de stuurboordzijde, via een lange as met de schroef aan de zijkant van het schip was verbonden. Dit systeem had als nadeel dat de schroef bij lege vaart af en toe uit het water liep. Bovendien was een dergelijk systeem kwetsbaar bij manoeuvres in de sluizen of in de nabijheid van andere schepen. De lamme arm werd tot in de jaren 1960 nog gezien op de binnenwateren. Bij de Angèle werd een vernuftige variant van de lamme arm uitgewerkt. De motor stond op het achterdek en dreef via assen de schroef aan die parallel met het roer was geïnstalleerd. Het is uitzonderlijk dat een buitenslaper zoals die van de Angèle bewaard is gebleven.
Ook de dekuitrustig met lieren en bolders is bewaard gebleven.

Het oorspronkelijke schippersverblijf in het achteronder is volledig bewaard en kan worden bezichtigd. De ruimte was vanop het achterschip via een wenteltrap te bereiken. Via een koekoek geraakte er daglicht in het verblijf. Het houten interieur werd verwarmd met een kachel waarop kon gekookt worden.

Het laadruim is nu ingericht als cafetaria/vergaderruimte. Aan de wanden hangen vele oude foto’s.

Angèle is vastgesteld varend erfgoed sinds 16-06-2017.